Uitleg resultaten
Hartslagvariabiliteit (HRV) draait om hoe flexibel je hart reageert op wat je lichaam en geest meemaken. Denk aan ontspanning, stress, herstel, ademhaling en concentratie. Klassieke HRV-metingen zoals SDNN en rMSSD geven inzicht in de mate van variatie in je hartslag, maar zeggen lang niet alles.
-
rMSSD richt zich vooral op snelle fluctuaties in rusttoestand en wordt sterk beïnvloed door ademhaling.
-
SDNN toont de totale spreiding van het hartritme, maar is gevoelig voor meetduur en piekwaarden.
Maar beide hebben beperkingen:
➡️ Ze kijken niet naar de structuur of stabiliteit van de variaties.
➡️ Ze missen signalen van mentale onrust, afleiding of verstoorde ademhaling.
vLHRV gaat een stap verder. Het laat niet alleen zien hoeveel variatie er is in je hartslag, maar ook wat voor soort variatie dat is. Daarmee wordt zichtbaar of er tekenen zijn van innerlijke onrust of stress.
Waarom dat belangrijk is:
➡️ Je kunt een “gezonde” HRV-score hebben, terwijl je lichaam toch signalen van stress of disbalans geeft.
➡️ Wanneer er technische verstoringen zijn, hartritmestoornissen of hartoverslagen door stress geven geven de rMSSD en SDNN abnormaal hoge uitslagen die ontspanning moeten weergeven.
➡️ vLHRV maakt deze verborgen signalen, zoals onregelmatige ademhaling, onregelmatigheden in de meting of mentale ruis wél zichtbaar.
Daarom is vLHRV onze standaard. Het biedt een completer, betrouwbaarder beeld van wat er écht fysiek en mentaal gebeurt.
De vLHRV-waarde laat niet alleen zien dat je hartslag varieert, maar ook hoe je hartslag varieert tijdens de meting. Een lage waarde wijst op een stabiele, evenwichtige hartslag, vaak een teken van ontspanning, goed herstel en innerlijke rust. Een hogere waarde betekent dat je hartslagpatroon onregelmatiger was. Dat kan komen door stress, onrustige gedachten, fysieke belasting of verstoringen in je ademhaling of zenuwstelsel.
Zo wordt zelfs subtiele spanning of mentale onrust zichtbaar in je uitslag. Je hartslag verandert namelijk steeds een beetje – dat is normaal en gezond. Maar hoe die veranderingen verlopen, zegt veel over je lichamelijke én mentale toestand.
Let op: een hoge vLHRV is niet ‘fout’, maar een signaal. Het helpt je bewust te worden van wat je lichaam ervaart, zelfs als je dat niet altijd direct voelt. Deze waarde is speciaal ontworpen om gevoelig te zijn voor subtiele verstoringen in je ritme, zoals spanningen, afleidingen of piekergedrag en juist daarin zit de kracht. Het is geen momentopname, maar een kijk op hoe stabiel je lichaam functioneert over een (langere) periode.
Deze uitslag krijg je alleen bij de Ochtendmeting. We vergelijken jouw meting van vandaag met je zes vorige ochtenden, zodat je niet met anderen vergelijkt, maar met jezelf. Zo zie je precies hoe je er nú voor staat ten opzichte van je eigen lichaam.
Je kunt één van de volgende 4 uitslagen krijgen:
-
Hoog – Je scoort duidelijk beter dan je eerdere metingen.
-
Normaal – Je zit ongeveer op hetzelfde niveau als gewoonlijk.
-
Matig – Je eerdere metingen waren iets beter dan vandaag.
-
Laag – Je zit duidelijk onder je normale niveau.
Dit helpt je om vroeg signalen van stress, herstel of verandering op te merken.
-
0–23 ➡️ Ontspanning: Je bent goed in staat om (diep) te ontspannen in rust door middel van het toepassen van de ademhalingsoefening. Dit lijdt op lange termijn tot beter herstel.
-
24–31 ➡️ Normaal: Rustig of normaal functionerend lichaam in rust.
-
32–43➡️ Lage activiteit: In rust is je autonome zenuwstelsel laag actief. Dit wil zeggen dat je meer energie gebruikt dan nodig. Dit kan bijvoorbeeld komen door stress, afleidende gedachten, mentale onrust of dat je slecht hebt geslapen. Krijg je deze uitslag wanneer je gemeten hebt terwijl je staat of in beweging bent dan past de uitslag bij de activiteit die je op dat moment levert.
-
44–55 ➡️ Hoge activiteit: In rust is je lichaam hoog actief. Dit kan komen door jarenlange overbelasting, mentale stress, emotionele onrust, fysiek herstel, ziekte of verstorende prikkels. Ook meermaals hoesten of niezen tijdens de meting kan deze uitslag creëren. Krijg je deze uitslag tijdens fysiek bezig zijn, dan kan de uitslag passen bij de inspanning die je op dat moment levert.
-
56+ ➡️ Fysieke inspanning: Dit is een uitslag die voornamelijk voorkomt wanneer je in beweging bent en je hartslag veel varieert en stijgt. Heb je deze uitslag tijdens een rustmoment of zittend werk dan ervaar je een zeer hoge mate van stress. Zo hoog dat je lichaam de activiteit heeft alsof het inspanning levert. Mocht je deze uitslag in rust meerdere keren hebben, neem dan contact op met je begeleider.
De vernieuwde vLHRV-berekening detecteert ook afwijkingen in het hartritme tijdens de meting. Deze worden aangeduid als ‘onregelmatigheden’. Ze kunnen ontstaan door technische verstoringen, zoals een slecht aangesloten sensor, maar ook door biologische factoren zoals hartritmestoornissen of hevige stressmomenten.
De gemiddelde hartslag is het aantal slagen per minuut (bpm) dat je hart gemiddeld heeft gemaakt tijdens de meting. Het geeft een algemeen beeld van hoe actief of ontspannen je hart was in die periode.
Een lagere hartslag tijdens rust wijst vaak op ontspanning, fitheid of een goed herstel. Maar let op: ook met een lage hartslag kan je een minder goed herstel hebben.
Een hogere hartslag kan juist ontstaan door fysieke inspanning, stress, onrustige ademhaling of mentale spanning.
De gemiddelde ademhalingsfrequentie geeft aan hoe vaak je ademhaalde per minuut tijdens de meting. Dit cijfer zegt iets over je lichamelijke rust, focus en spanning.
Een langzame, regelmatige ademhaling (rond 6–8 ademhalingen per minuut) wijst vaak op ontspanning, rust of diepe concentratie.
Een snellere ademhaling (meer dan 15 per minuut) kan duiden op inspanning, spanning, onrust of oppervlakkige ademhaling.
De rMSSD laat zien hoeveel je hartslag van moment tot moment varieert tijdens een meting. Een gezond hart past zich namelijk constant aan. Het klopt net iets sneller als je inademt en langzamer als je uitademt. Die natuurlijke variatie is een teken dat je lichaam flexibel en in balans is.
Een hoge rMSSD wijst vaak op ontspanning, herstel of een goed werkend zenuwstelsel.
Een lage rMSSD kan betekenen dat je lichaam onder druk staat, minder flexibel is of aan het herstellen is van stress of inspanning.
SDNN meet hoeveel variatie er in totaal zat tussen je hartslagen tijdens de meting. Het laat zien hoe flexibel je hartritme was over de hele periode – van begin tot eind.
Een hoge SDNN-waarde betekent dat je hart veel varieerde, wat vaak wijst op een goed gereguleerd zenuwstelsel en voldoende veerkracht. Een lage SDNN-waarde kan duiden op spanning, vermoeidheid of minder aanpassingsvermogen van je lichaam.
Kort gezegd: SDNN is je ‘algemene balansmeter’. Het laat zien hoe breed je hartslag kon meebewegen met wat je lichaam ervaarde.
Net als bij rMSSD is context belangrijk: ook bij een lage SDNN is niet direct sprake van een probleem, maar het kan wel wijzen op stress, uitputting of een herstelbehoefte.
Dit getal laat zien hoeveel tijd er gemiddeld zit tussen elke hartslag tijdens de meting. Het wordt gemeten in milliseconden (ms).
Hoe groter dat verschil, hoe rustiger je hart klopt.
Hoe kleiner dat verschil, hoe sneller je hartslag is.
Bijvoorbeeld:
– 1000 ms = 60 slagen per minuut (rustig)
– 600 ms = 100 slagen per minuut (sneller)

Wij hebben inmiddels meer dan 1.000.000 metingen uitgevoerd. Daaruit hebben we enorm veel geleerd en blijven we leren over stress, herstel, hartslag en ademhaling.
Deze kennis zetten we in om jou persoonlijk beter te begrijpen, niet door je te vergelijken met anderen, maar met jezelf.
Daarom analyseren we je meting altijd ten opzichte van jouw eigen eerdere metingen. Zo krijg jij inzicht in wat voor jóu normaal is, en wat daarvan afwijkt.
Zo helpen we je om signalen eerder te herkennen, zelfinzicht te vergroten en op tijd bij te sturen.

